---

• GK als Dienstboek

• Uitgelicht: GK 201 'Wie zal voor God verschijnen' 

---

Dienstboek

Na het laatste lied in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek, bladzij 496, begint het Dienstboek. Het lijkt misschien een aanhangsel, waar je alleen terecht komt bij het zoeken naar een formulier of een zondag uit de Catechismus. Toch is dit niet het minste deel van het Gereformeerd Kerkboek. Het is in ieder geval een volwaardig deel. 

Kijk je naar pagina 497, de eerste bladzijde van het Dienstboek, dan springt gelijk iets afwijkends in het oog: twee kaderteksten. De eerste geeft korte informatie over 'belijdenisgeschriften', het onderdeel waarmee het dienstboekdeel opent. De tweede vertelt kort over de achtergrond de eerste belijdenis, het Apostolicum. Zo staan er verspreid door het Dienstboek veel van die kaderteksten, ze zijn heel handig voor jongeren en voor iedereen die net iets meer wil weten. Zie de bladzijden 498, 499, 501, 527, 570, 611-612, 617, 618, 621, 623, 627, 629, 665, 667 en 731. 

Het dienstboekdeel alleen een aanhangsel? Eerder het hart. Of beter nog: een van de twee hartkamers. 

---

Uitgelicht

Lied 201 uit het Gereformeerd Kerkboek brengt ons dichtbij de offerdienst. Niet alleen de offerdienst uit het Oude Testament, want het lied brengt ons zowel in de context van de aardse als de hemelse tabernakel.

Wie zal voor God verschijnen’ is een lied over hogepriester Jezus Christus, die ons met bloed reinigt. Dan zijn we in de sfeer van Hebreeën, het nieuwtestamentische bijbelboek dat alle lijnen uit het liturgische oudtestamentische Leviticus doortrekt en het betere verbond laat zien. Zonder bloedstorting is er geen vergeving, daarvan spreken Leviticus en Hebreeën. ‘Een dier boet met zijn leven, / een dier dat God niet kent’ zingt couplet 3. Maar alleen Christus reinigt mensen ook diep vanbinnen. Daarom: Maar Hem, het Lam, zij ere! Hij bracht zijn eigen bloed bij God, waardoor wij God kunnen dienen.
Dit intens klinkende lied kan helpen om de schaduw en vooral werkelijkheid van oud en nieuw verbond naar binnen te zingen.

Willem Barnard, de tekstdichter, gaf het lied aanvankelijk de titel mee 'Een lied van de tabernakel'. Later, o.a. in zijn Verzamelde Liederen, werd dat ‘Van de hogepriester’. De melodie is bekend uit het oude Liedboek, waar hij genoteerd stond bij het hemelvaartlied ‘Al heeft Hij ons verlaten’.

In combinatie met de Bijbeltekst, Hebreeën 9,11-15, geeft het lied zijn diepe betekenis prijs. Het zou daardoor weleens een blijvertje kunnen zijn. Lees maar:

Henk: Een lied dat een van de thema's uit de brief aan de Hebreeën prachtig samenvat: de Hogepriester van Goede Vrijdag is sinds zijn hemelvaart de hemelse voorbidder. Dit lied past op Goede Vrijdag en in heel de stille week, maar ook op Hemelvaartsdag, bij het avondmaal en in leerdiensten over verzoening en hemelvaart (zondag 15 en 18 Heid.Cat).

Peter: Als voorganger houd ik van liederen bij een Bijbeltekst. Het is heerlijk om na de Schriftlezing en voor de tekstlezing een lied op te kunnen geven, dat daar mooi bij past.Het lied is vooral mooi op Hemelvaartsdag. Het past echter ook in de Veertigdagentijd. Het meest troostende gedeelte vind ik:

"De Heer is voortgevaren
de grote tempel door
van buiten bij de schare
tot binnen bij Gods oor.
Daar brengt Hij de gebeden,.."

Onze gebeden op aarde brengt de Heilige Geest via Christus bij God onze Vader op zijn troon in de hemel.

---

In de volgende aflevering van Gereformeerd Kerkboek 2017 - Aan de Slag zoomen we verder in op het nieuwe taalkleed van de liturgische formulieren

Eerdere afleveringen van Gereformeerd Kerkboek 2017 - Aan de Slag zijn hier te vinden.